kooldruk

kooldruk
Naast gomdruk is de kooldruk een van de meest houdbare druktechnieken. In een fotoarchief met negentiende eeuws materiaal springen de kooldrukken er nog uit alsof ze gisteren zijn gemaakt. Bij de kooldruk wordt een dikke laag gepigmenteerde gelatine op een vel papier of kunststof aangebracht. Met een di-chromaat oplossing, of het ‘groenere’ diazidostilbene wordt het droge pigmentpapier lichtgevoelig gemaakt. Na een tweede droging wordt belicht in contact met een negatief. Daarna brengen we het pigmentpapier onder water in contact met een nieuw vel papier: de uiteindelijke beelddrager. Deze sandwich wordt enige tijd onder lichte druk samengehouden en daarna voorzichting in warm water gespoeld. De drager van het pigmentpapier komt daarbij los van het, op het andere vel, overgedragen beeld en wordt weggenomen. Na verdere spoeling in warm water wordt het beeld in koud water gehard. De naam kooldruk (carbonprint) komt van het gebruikte pigment kool- of lampenzwart, in het engels carbon black. Doordat de schaduwparijen in een kooldruk dikker zijn dan de lichte partijen heeft een kooldruk een heel kenmerkend beeldreliëf.